Door: Jan van Spaandonk
Oyster Sponsor in de Spotlight
Einde van een tijdperk
(2).jpg)
Met het sluiten van de deuren van Amelink Exclusieve Interieurs is er een einde gekomen aan een markant hoofdstuk in Oisterwijk en Tilburg. Een naam die decennialang stond voor vakmanschap, stijl en een warm welkom, is niet langer meer op de gevel van de Goirkekanaaldijk te vinden. Het pand aan het kanaal, met zijn karakteristieke uitstraling en verfijnde inrichting, is nog altijd een blikvanger, maar de bedrijvigheid heeft plaatsgemaakt voor herinneringen.
Jos en Els Amelink waren jarenlang het gezicht van het bedrijf. Wat begon als een droom, groeide uit tot een succesvolle onderneming met een trouwe klantenkring. Maar wie denkt dat hun verhaal enkel over interieurs gaat, kent hen niet echt. Jos, een man met een stevige stem en een nog steviger handdruk, was ook al bijna vanaf de oprichting betrokken bij RFC Oisterwijk Oysters — eerst als speler, later als sponsor en bovenal als clubman in hart en nieren.
Hij begon pas op zijn 29ste met rugbyen. "Veel te laat," zegt hij zelf, "maar ik moest wel van de huisarts Eddy Bicker." Eddy, toenmalig voorzitter van de club, zag in Jos niet alleen een potentieel speler, maar ook iemand die wat fysieke actie goed kon gebruiken. Jos woog in die tijd aanzienlijk meer dan gezond was, en rugby bood uitkomst. Dankzij de sport viel hij flink af, werd fitter dan ooit, en vond hij een tweede thuis bij de Oysters. Sterker nog: als bouwvoorzitter was hij in 1990 medeverantwoordelijk voor het verrijzen van het mooie clubhuis.
Hoewel Els het rugbyveld zelden van dichtbij zag — zij had haar handen vol aan het opvoeden van hun vier dochters — was haar steun achter de schermen onmisbaar. Ze runde niet alleen het huishouden, maar hielp ook mee in de zaak, vaak met een scherp oog voor stijl en detail. De balans die Jos en Els samen vonden tussen werk, gezin en clubleven was bewonderenswaardig.
Nu Jos en Els met pensioen zijn, genieten ze van hun welverdiende rust. Toch blijft de band met de club onverminderd sterk. Ze zijn steunend lid, lid van de Club van 100, en Jos is nog vaak op het sportpark te vinden. Na menige thuiswedstrijd wordt er uit dankbaarheid een paar kannen bier door hem geschonken aan de selectiespelers. “Tradities moet je in ere houden,” zegt hij steevast, met een knipoog en een schuimende pull in de hand.
Het doet Jos wel een beetje pijn dat geen van zijn kleinkinderen serieus de rugby heeft opgepakt. Tom, Olivier en Daan hebben het wel geprobeerd, maar het leek hen toch niet echt te liggen. “Ach,” verzucht hij soms, “je hoopt natuurlijk dat er een kleine flanker of fly-half tussen zit. Maar goed, misschien slaan ze op latere leeftijd wel aan. Ik was zelf ook een laatbloeier.”
Voor Jos en Els is het loslaten van hun levenswerk niet makkelijk geweest, maar het geeft ook ruimte. Ruimte om meer tijd met de kleinkinderen door te brengen, om wandelingen te maken, en — voor Jos — om iets vaker langs de lijn te staan bij de Oysters.
De club is hen veel verschuldigd. Niet alleen om de financiële steun die ze jarenlang gaven, maar vooral vanwege hun betrokkenheid, hun aanwezigheid, hun loyaliteit. In een tijd waarin sponsoren vaak komen en gaan, en leden soms slechts passanten zijn, zijn mensen als Jos en Els zeldzaam. Hun verhaal is niet slechts een anekdote in het clubarchief, maar een fundament waarop een gemeenschap is gebouwd.
De Oysters zullen ook aan hen blijven denken. Niet met grote woorden maar met datgene wat Jos het meeste waardeert: vriendschap, saamhorigheid en een koud biertje na een warme wedstrijd of een lekker glaasje wijn op dinsdagavond.





























































 003.jpg)























