Door: Jan van Spaandonk
Weer een rugby column
Voetbalschrijvers ontdekken mooiste sport
.jpg)
Nadat we al getracteerd waren op de columns van Mart Smeets (wielrennen en schaatsen) en Sjoerd Monsou (voetbal) deed ook Willem Visser (Voetbal) er in de Volkskrant alles aan om onze sport in een mooi daglicht te zetten
Gebeeldhouwde koppen op lijven met de wonden en butsen van zeven weken op het geciviliseerde slagveld. Bandages om hoofden en dijen. Gehavende oren. Nog één keer strijd leveren, nog één keer, in de finale van het WK rugby bij Parijs.
De volksliederen van Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika, van All Blacks en Springbokken, met nog steeds al die Nederlandse namen: Vermeulen. Arendse. Willemse. De spelers zingen mee. Ze schreeuwen, tot de huig zichtbaar is. En dan het gezicht van de Zuid-Afrikaan Eben Etzebeth tijdens de traditionele krijgsdans van Nieuw-Zeeland. Uit zijn ogen straalt een mengsel van opperste concentratie en de wens om te vernietigen.
De finale is intens in het kwadraat. Een paar uur later is Zuid-Afrika voor de vierde keer wereldkampioen rugby, met een prachtig vervolg. Feestelijke filmpjes overspoelen het internet, als confetti van geluk. Blije witte kinderen, gekleurde kinderen en zwarte kinderen met het groen-gouden shirt van de Springbokken, eens het symbool van wit Zuid-Afrika. Beelden van winkelcentra met grote schermen en samen kijkende aanhangers. Verbroedering, allemaal achter één sportploeg staan, een ploeg uit alle rangen en standen van de gemengde bevolking. Inspiratie.
Overal duikt Siya Kolisi op, de charismatische aanvoerder, opgegroeid in de sloppenwijk en niet dankzij voetbal of muziek opgeklommen op de sociale ladder, maar dankzij rugby. Ja, hij had geluk dat hij geen rode kaart kreeg voor een gevaarlijke aanval met de schouders, in tegenstelling tot zijn collega Sam Cane. De finale was een kwestie van de meestal gesneefde aanval van Nieuw-Zeeland, tegenover de onverzettelijkheid en vasthoudendheid van Zuid-Afrika, met zijn ziedend harde tackles. Met de geniale Pieter-Steph du Toit en de ring van bloed rond zijn linkeroog, plus de kleine Faf de Klerk met zijn blonde lokken, zijn voortreffelijke traptechniek, zijn spelverdeling en de geweldige tackle als hij in de slotfase een Nieuw-Zeelandse doorbraak verijdelt door de ene voet tegen de andere te tikken.
Kolisi zegt in de euforie tegen de wereld dat wie niet uit Zuid-Afrika komt, niet kan begrijpen wat deze overwinning betekent voor het land dat zulke moeilijke tijden doormaakt. Weet u nog? De eerste titel van Zuid-Afrika, in 1995 in eigen land, kort na de afschaffing van Apartheid, met president Nelson Mandela. Hij, de grote verzoener, omarmde de sport die vooral van de witte inwoners was, trok het shirt van de Springbokken aan en overhandigde de beker aan aanvoerder Francois Pienaar. De zege is schitterend beschreven en verfilmd in het epos Invictus, met Morgan Freeman en Matt Damon in de hoofdrollen.
Zuid-Afrika was verenigd door sport, voor zolang het duurde, want sport is in eerste instantie niet uitgevonden om de problemen van de wereld op te lossen. Sport is vooral bedacht om plezier te verschaffen en om uit te vinden wie ergens beter in is. Met minimaal verschil was dat op deze gedenkwaardige avond Zuid-Afrika, waarbij vooral de koppen van de mannen uit één stuk beklijven. De wonden en de tranen, van verliezers en winnaars, helemaal kapot na zeven weken strijd op leven en bijna dood.





























































 003.jpg)























